De HDMI KABEL:
Een slim idee is niet altijd een goed idee
Van slim idee naar stroperige organisatie
De zaal is vol. De presentatie staat klaar. En dan begint het ritueel.
Iemand probeert de laptop draadloos te koppelen aan het scherm. Dat wil niet. Dan toch maar via de dongle. Die past niet. Even een andere proberen. Iemand anders installeert snel een app die het “eigenlijk altijd doet”. Intussen kijkt de groep toe. Vijf minuten verstrijken. Tien. De sfeer zakt weg voordat er ook maar één slide te zien is.
Wij kennen dit van dichtbij. Want wij lopen er zelf ook tegenaan.
Er is een oplossing die altijd werkt. Die geen app nodig heeft, geen wifi, geen driver-update en geen handleiding. Een HDMI-kabel. Maar die wordt bijna overal uitgefaseerd. Want dat voelt ouderwets. Er moet toch een elegantere manier zijn?
Die elegantere manier kost je vervolgens tien minuten, de rust of zelfs de energie van de groep.
“Een slim idee is pas een goed idee als het daadwerkelijk wat oplevert.”
"Veel slimme deeloplossingen zijn precies wat een stroperige organisatie nog stroperiger maakt."
Optimaliseren als automatische reflex
Dit is geen pleidooi tegen technologie of verandering. Het is een pleidooi tegen het verwisselen van beter met nieuwer.
Want de neiging om te optimaliseren is overal. En in organisaties zien we het dagelijks terug. Een proces dat prima liep, maar werd vervangen door een tool die “efficiënter” zou zijn, en sindsdien meer aandacht vraagt dan het ooit opleverde. Een overlegstructuur die goed werkte, maar niet meer mocht omdat ze niet agile genoeg klonk. Een wekelijkse update via de mail die iedereen las, vervangen door een kennisplatform waar sindsdien niemand meer uit zichzelf naartoe gaat.
Het begint bijna altijd goedbedoeld. Iemand ziet ruimte voor verbetering, pakt het op, investeert tijd en energie. En dan? Dan moet de rest mee in iets wat voor hen helemaal geen probleem was.
Herken je dit? Dit soort patronen zien we regelmatig terug in een stroperige organisatie, waar veranderingen en verbeteringen juist extra complexiteit creëren.
De vraag die daarbij zelden wordt gesteld: wat loste het oude eigenlijk niet op?
Het deeloptimalisatie-probleem
Wat we net zo vaak zien, is een subtielere variant. Niet het vervangen van iets wat werkt, maar het verbeteren van één onderdeel zonder te kijken naar het effect op de rest.
Een afdeling stroomlijnt haar eigen werkproces. Intern loopt het soepeler, de doorlooptijd daalt en de teamleider is tevreden. Maar ondertussen moet de afdeling ernaast juist extra stappen zetten. Voor één onderdeel: winst. Voor het geheel: verlies.
Dit is deeloptimalisatie. Verraderlijk, omdat het op papier goed oogt. De cijfers verbeteren lokaal, terwijl de organisatie als geheel trager wordt. Voor je het weet ontstaan er eilandjes: iedereen maakt logische keuzes vanuit het eigen perspectief, terwijl samenwerking juist ingewikkelder wordt.
Dat patroon zie je overal terug. Teams verbeteren hun eigen proces zonder naar de keten te kijken. Managers optimaliseren rapportages voor zichzelf, terwijl anderen er extra werk aan hebben. Slim voor een deel. Onhandig voor het geheel.
Slim voor een deel. Onhandig voor het geheel. Waarom doen we dit?
Omdat het makkelijk is om te zien wat er in jouw directe omgeving beter kan. Je kent die processen, je loopt er dagelijks tegenaan, je weet wat je irriteert. En er is altijd wel iemand die een oplossing heeft voor dat specifieke probleem.
Wat moeilijker is: overzien hoe jouw oplossing uitpakt voor de mensen om je heen. Dat vraagt een bredere blik, meer afstemming en soms ook de bereidheid om jouw eigen optimalisatie te laten varen als die voor het geheel niet uitpakt.
Dat is ongemakkelijk. Want je hebt er al tijd in gestoken. Er is al over gepraat. Er is draagvlak voor gecreëerd. Het is voor jouzelf prettig in je dagelijkse werk en je bent ook nog eens lekker proactief. En dan moet je concluderen dat het eigenlijk niet handig is voor de rest?
Ja. Soms (helaas) wel.
De vraag die ontbreekt
Bij elke optimalisatie, groot of klein, zijn er eigenlijk twee vragen die gesteld moeten worden.
De eerste:
Welk probleem lost dit op, en doet deze oplossing dat beter dan wat we al hebben?
De tweede, die bijna altijd wordt overgeslagen:
Wat zijn de effecten buiten dit onderdeel?
Pas als je beide vragen kunt beantwoorden, weet je of je echt iets verbetert of alleen iets verplaatst. Want een probleem dat je van jouw bord schuift en op dat van een ander legt, is geen oplossing. Het is een verschuiving.
Even de spiegel voor houden
De HDMI-kabel is een klein voorbeeld. Maar het principe is groot. Organisaties die veel energie steken in optimaliseren, lopen regelmatig het risico dat ze druk zijn met het perfectioneren van dingen die dat niet nodig hebben, terwijl de echte knelpunten blijven liggen.
Niet omdat mensen niet willen verbeteren, maar omdat verbeteren een doel op zichzelf is geworden. Dat is vaak precies het moment waarop een organisatie niet meer in beweging komt, ondanks alle goede bedoelingen.
Stilstand voelt als achterstand. Dus wordt er bewogen. Aangepast. Vernieuwd. En ondertussen vraagt niemand meer of het eigenlijk nodig was.
Dat is het moment waarop slim doen dom wordt.
Concrete tip: Stel bij elke voorgestelde optimalisatie twee vragen voordat je begint: wat gaat er nu fout dat dit oplost, en wie heeft er buiten jouw eigen team effect van deze verandering?
Soms is het slimste wat je kunt doen: gewoon de HDMI-kabel gebruiken.
onze klanten
Wij hebben met trots gewerkt voor o.a.:






hebt een vraag, of je
wilt gewoon iets kwijt?
Schrijf het van je af.
e-mail: info@aaim.nl